Ga naar de inhoudLuister live op radioplus
Nu op Klara:

Boris Vian - De man die van het Empire State Building sprong en andere verhalen

Boris Vian - De man die van het Empire State Building sprong en andere verhalenKunst & Cultuur, Boek

Uitgeverij Vleugels publiceert twaalf verhalen van Boris Vian. Een mooie aanvulling op zijn romans, vindt Christophe Vekeman.
Boris Vian, De man die van het Empire State Building sprong

Boris Vian, De man die van het Empire State Building sprong

De man die van het Empire State Building sprong is een bundeling van twaalf, deels tijdens zijn leven, dus voordat hij in 1959 op negendertigjarige leeftijd stierf, deels ook postuum gepubliceerde verhalen van de hand van de enige echte Boris Vian, een naam die vanzelf een vervlogen, betere wereld oproept, natuurlijk, met name die van Saint-Germain-des-Prés, het Parijse centrum van de existentialisten rond Jean-Paul Sartre. Vian, die overigens in Vlaanderen geïntroduceerd werd dankzij een in 1965 aan hem gewijde monografie van Radio 3-spilfiguur Freddy De Vree, was een duivel-doet-al die te boek stond en staat als journalist, vertaler, acteur, uitvinder, meubelmaker, ingenieur, schilder, jazztrompettist en vriend van Duke Ellington, chansonnier en in dit verband de grote inspirator van Serge Gainsbourg, dichter en uiteraard ook prozaschrijver. In die laatste hoedanigheid oogstte hij vooral succes als Vernon Sullivan, onder welk synoniem hij een viertal romans liet verschijnen, onder meer Ik zal spuwen op jullie graf en De dood steekt in hetzelfde vel, heerlijke pastiches op Amerikaanse hardboiledklassiekers als The Postman Always Rings Twice van James M. Cain en het werk van Raymond Chandler en Dashiel Hammett. Zijn andere romans, echter, die hij zelf waardevoller achtte – denk aan Het rode gras en Herfst in Peking –, vielen minder goed bij het grote publiek, en het is ook de schrijver van deze romans die voornamelijk de pen voert in deze verhalenbundel.

Boris Vian, Foto: Willy Ronis

Boris Vian, Foto: Willy Ronis

Welk soort van schrijver dat dan is? De kernwoorden zijn onmiskenbaar absurdisme en surrealisme, wat meteen al tot uiting komt in het titelverhaal waar de bundel mee opent en waarin iemand zich ophangt, per ongeluk, aan de rookkringen van zijn sigaar, en waarin de hoofdpersoon voorts, na inderdaad van de genoemde Building omlaag te zijn gesprongen, op zeker ogenblik vaart mindert, zijn kleding rechttrekt, ‘want zijn jasje was helemaal binnenstebuiten en opgestroopt geraakt door de val van driehonderd meter’, en via het open raam van de zeventiende verdieping ergens naar binnen stapt. In een soortgelijke grimmige tekenfilmwereld speelt ook bijvoorbeeld het tweede verhaal zich af, waarin een voyeuristische wolf door een parkvrijer in de schouder wordt gebeten en vervolgens in een mens veranderd, zodat hij in de spiegel ‘het slechtgebouwde lichaam van zo’n man van wie hij normaal gesproken de amoureuze klunzigheid bespotte’ ontwaart, terwijl ook het derde verhaal, over een wereld die bedolven wordt onder een ‘afrodiserende mist’ die maakt dat elkeen de kleren afwerpt en er, niet gehinderd door andermans blikken, lustig op los copuleert, heel duidelijk niet realistisch wenst aan te doen. Voeg daarbij zinnen als ‘Hij heette Fideel, en zijn vader Just. Zijn moeder had ook een naam’ of passages waarin iemand de brandweer opbelt, die vervolgens te kennen geeft pas overmorgen om drie uur te kunnen komen en alvorens op te hangen de raad geeft om het vuur vooral niet te laten uitgaan, en je zou wellicht geneigd zijn om tot de conclusie te komen dat het hier een hoop ongein bij elkaar betreft. 

Het nagrinniken gaat bij Boris Vian altijd met nadenken gepaard.
Christophe Vekeman

Maar wat Vian, net als zijn voorganger Alfred Jarry of een partner in crime als Raymond Queneau, redt van de vrijblijvendheid waardoor absurdisme zeker heden ten dage al te vaak door wordt gekenmerkt, is dat hij wel degelijk al schrijvende strijd levert. Zijn humor is in de eerste plaats recalcitrant, zijn doelwit is de burgerlijke ernst, en wat hij uitdrukkelijk doet is iedere conventie op de helling zetten en op die manier de morele stroefheid aanklagen van een maatschappij waarin, let wel, bijvoorbeeld Monty Python nog oorverdovende toekomstmuziek was. Dat het hem al grappende en grollende inderdaad menens was, blijkt trouwens uit de enigszins moraliserende eindes van – onder meer – de drie zo-even aangehaalde verhalen: in het eerste beslist de hoofdfiguur na een ontmoedigend gesprek met een jonge vrouw alsnog te pletter te vallen, in het tweede beklaagt de mensgeworden wolf zichzelf omdat hij ‘die altijd zo vriendelijk en rustig was’ zijn ‘mooie principes en zijn zachtmoedigheid’ moet zien vervliegen, en in het derde steekt iedereen na het optrekken van de desbetreffende mist zich goedgemutst de ogen uit. Het nagrinniken gaat bij Boris Vian dus ook altijd met nadenken gepaard, zeg maar, en zeker voor wie een en ander weet te plaatsen in zijn tijd is deze bundel een aanradenswaardige aanvulling op de romans van de grote Boris Vian.

Christophe Vekeman

Pompidou

Klara’s dagelijkse ontmoeting met de wereld van de kunst. Chantal Pattyn nodigt een ‘guest of honour’ uit en laat ook andere gasten aan de studiotafel plaats nemen. Alles voor de Kunst!

Presentatie: Chantal Pattyn

Contact: pompidou@klara.be

Pompidou wordt als podcast aangeboden.